Museum

Het museum is ondergebracht in een prachtig gerenoveerde boerderij, waar getracht wordt een beeld te geven van het wonen en werken in de laatste 100 jaar. In het voorste gedeelte van de boerderij vinden we de mooie kamer. Hier zien we o.a. een kostbaar kabinet, een rijk gevulde kopjeskast, twee keurig ingerichte bedsteden, aan de wand een fraaie Friese staartklok, terwijl een mooie kolomkachel tegen een prachtige betegelde schouw staat te pronken. Maar slechts zelden werd deze pronkkamer gebruikt; alleen bij speciale gelegenheden kwam de familie hier bijeen.


Veel intensiever werd de achterliggende ruimte, de zgn. kaemer (tegenwoordig zouden we woonkeuken zeggen) gebruikt. Hier zien we o.a. een fornuis, een vaste hoekkast (spiende), ook een bedstee en, net als in de pronkkamer, poppen in originele Gieterse klederdracht. Naast deze ruimte ligt de karnkamer, ook wel pompestroate, met daarin tal van gebruiksvoorwerpen. Vanuit deze karnkamer kunnen we een blik werpen in de grote kelder, met daarin de ingemaakte wintervoorraad (weckflessen). Nog verder naar achteren vinden we de stal: hier was de plaats van het vee, maar ook van de kookpot, waarin de boerin de was "kookte". Ook hier zien we weer talrijke gebruiksvoorwerpen, zoals turfmakers- en boerengereedschap en een grote slee, die in strenge winters een grote rol speelde bij allerlei vervoer. Het achterste gedeelte van deze boerderij wordt gevormd door de hooiberg. Zoals de naam al zegt: dit was de opslagplaats voor het hooi. Bij minder welvarende boeren (en die waren er nog al wat in Giethoorn) was deze hooiberg echter een open bouwsel. In deze ruimte is een permanente diapresentatie en een tentoonstelling van oude gebruiksvoorwerpen in themavorm: de bakkerij, de scheepswerf, de veldsmidse, enz.


Op het erf zijn o.a. te zien het stookhok, dat vooral 's zomers dienst deed als bak-, kook- en eetruimte. Op deze manier bleef de rest van de boerderij schoon en had de boerin minder te poetsen. Daarnaast nog een karakteristieke tjaskermolen, het zgn. huussie (de wc), een aantal Gieterse vaartuigen (bok, vlot, punter en boot) en allerlei bomen en struiken, zoals die vroeger voorkwamen op een Gieters boerenerf. Naast de boerderij staat een origineel vissershuisje, ook dit is van binnen volledig ingericht. Maar dit is nog niet alles. Alle bezoekers van ons museum worden (zonder extra kosten) rondgeleid door Gieterse vrijwilligers, die met kostelijke anekdotes de genoemde voorwerpen weer tot leven brengen. Zoals ze zeker zullen vertellen hoe de boerderij aan haar huidige naam kwam: de naam van de laatste eigenaar was Maat, vandaar `t Olde Maat Uus.